‘Een goede leider maakt de dingen licht, helder en eenvoudig’, hoorde ik laatst iemand zeggen. Ik moest onwillekeurig denken aan de brief die ik ooit kreeg van Karel Eykman, de Nederlandse kinderboekenauteur, predikant en dichter die samen het Schrijverscollectief talloze teksten schreef voor televisieprogramma’s als De Stratemakeropzeeshow, De film van Ome Willem, J.J. de Bom, voorheen De Kindervriend, Sesamstraat en het Klokhuis.
Ooit heb ik hem als overmoedige 17 jarige mijn gedichten gestuurd, benieuwd wat hij er van zou zeggen. Hoewel, overmoedig… Ik wou dat ik die vrijmoedigheid nog had. Ik meen dat het Gijs Scholten van Aschat was die betreurde dat je op een zeker moment je onbevangenheid verliest, omdat je je plots realiseert wat er allemaal mis kan gaan.
Afijn… Nieuwjaar 1986 schreef Eykman een brief terug. Hij bracht zijn feedback zorgvuldig:
‘Toevallig was ik in de schouwburg in Groningen toen jij daar optrad. Dat vond ik goed. Misschien nog te pathetisch, maar dat is niet erg, dat hoort er bij. Het was in ieder geval effectief en daar gaat het om’.
‘Het is me nu ook duidelijk dat jij vooral aanleg hebt als typische ‘voordrachtspoëet’ in de traditie van Allen Ginsburg, Dylan, Kerouac, Jevtoesjenko, Simon Vinkenoog, Johnny van Doorn, Ton Lebbing, Chabot, etc. Niet een poëziebundeltje maar het podium is heilig, zegt Chabot. Als leesteksten zijn je gedichten niet zo sterk (dat kan je ook van Vinkenoog zeggen, hoor). Het is me nog teveel een aantal gedachten, ontboezemingen en zelfs preken, min of meer mooi verwoord. Als je dan, zoals ik, houdt van Campert, C. Buddingh’, Judith Herzberg, die met zo weinig mogelijk woorden, geconcentreerd, van heel gewone dingen iets bijzonders maken, dan spreekt dat hele meeslepende me niet zo aan. Maar, zoals gezegd, op het podium werkt het wel, dat geef ik volmondig toe’.
‘Ik vind je andere gedichten, tot jouw verbazing misschien, al veel beter. Het is veel meer als cabaret, als songtekst opgezet, heeft minder pretentie en meer humor en speelsheid en is daardoor leesbaarder. Aan die manier van schrijven moet je zeker meer gaan doen’.
Karel Eykman heb ik later nog een paar keer ontmoet toen ik zelf weliswaar niet meer dichtte maar literatuurfestivals organiseerde. Een aimabele, bijzonder kundige man, behorend tot een schrijversgroep die ik altijd heb bewonderd: naast Eykman waren de leden van het collectief Willem Wilmink, Hans Dorrestijn, Fetze Pijlman, Ries Moonen en Jan Riem.
Stempel
‘Op een nu eens melancholieke, dan weer humorvolle wijze behandelden zij zware en lichte onderwerpen, veelal puttend uit de eigen jeugdervaringen, in een simpele en directe, voor iedereen verstaanbare taal en vorm, met als doel het bieden van troost, hulp en ontspanning. Gesteld kan worden dat het Schrijverscollectief een duidelijk stempel heeft gedrukt op de jeugdliteratuur en zelfs op de jeugdcultuur’, schrijft Olaf van Tilburg in een artikel op de site van de Digitale Bibliotheek voor Nederlandse Letteren, waarin hij pleit voor hernieuwde aandacht voor met name de laatste drie, door van Tilburg omschreven als Het Vergeten Trio.
Wie dat leest begrijpt waar de feedback van Eykman op mijn gedichten vandaan kwam. Met humor, eenvoudig en direct lastige onderwerpen aankaarten: generaties zijn er dankzij het Schrijverscollectief mee opgegroeid. Speelse teksten die bijdroegen aan het vrije, tolerante denken, bewustwording en de emancipatie van het kind.
Wat dat betreft maak ik me ernstige zorgen over de toekomst van de NPO. Ik weet het: het is een brute gedachtesprong. Deels uit plotseling opborrelend sentiment naar een andere tijd waarin Sesamstraat nog niet wegbezuinigd was.
Maar dat sentiment bevat tevens een sterke waarschuwing, bespeur ik in mezelf. Met het rigoureus afslanken van de Publieke Omroep staat niet alleen de kwaliteit van het televisieaanbod maar ook het vrije denken en het bevorderen van kritisch burgerschap onder druk. Zo komt er voor de nieuwe Karel Eykmannen van deze wereld steeds minder ruimte.
De wereld wordt daar donkerder van, niet lichter.
Licht tegen Donker
Licht dat wil ingaan
tegen donkere nachten
tegen duistere machten.
De morgen breekt aan.
Toen de zon aan de slag kon
ging het donker verdwijnen,
mocht de aarde verschijnen.
Dat begon met de zon.
Kijk dan en zie maar
maak het licht levend
wordt zelf lichtgevend
voor jezelf en elkaar
Gedicht van Karel Eykman, uit: Ik wou dat ik een vogel was (2001)