Zachtmoedig leiderschap

Er vielen vele mooie woorden te lezen over de vorige week overleden Jan Zoet in de afgelopen dagen. ‘Het leiderschap van Jan Zoet is een voorbeeld voor generaties’, kopte Wijbrand Schaap op zijn website Cultureel Persbureau. Jan’s uitstraling, bescheidenheid en zijn verbindende aanpak kenmerkten volgens Schaap Jan’s markante carrière die hem van Mickery naar de Rotterdamse Schouwburg, de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en uiteindelijk naar Amare in Den Haag bracht, voor hij afgelopen 14 december op 66 jarige leeftijd overleed.

Jan Zoet was behalve directeur met een kunsthart een verstandig en strategisch denker en een warm pleitbezorger voor de kunst. Belangenvereniging Kunsten ’92 memoreerde hem dan ook als volgt: ‘Het was zijn zachte en vastberaden aanpak die ervoor zorgde dat iedereen zich betrokken voelde en de sfeer zo prettig was. Jan was een maker in hart en nieren, zijn geheime kracht, ook in bestuurlijke functies: open en nieuwsgierig naar het onverwachte en gewaagde’.

Machocultuur

Zachtmoedig leiderschap was en is ondanks inspirerende voorbeelden als Jan Zoet nog lang niet vanzelfsprekend. Het is iets dat je je eigen moet maken, tenzij je er net als Jan een natuurlijke aanleg voor hebt. De culturele sector is niet per definitie een zachte sector. In het verleden heerste er bij tijd en wijlen een behoorlijke machocultuur, maar gelukkig verschuift een cultuur van zogenaamd masculien leiderschap ontegenzeggelijk naar een cultuur van zorgzaamheid. Dat kan haast niet anders want in deze vluchtige, onzekere, ambigue en complexe tijden wachten culturele organisaties wat mij betreft een nieuwe rol, die van culturele professionals extra capaciteiten vergt.

Meer dan ooit zie ik voor culturele organisaties een taak als moderator, samensteller van programma’s rond prangende maatschappelijke thema’s, als verbinder en aanjager van positieve, sociale verandering. Het omgaan met en het kanaliseren van sociaal ongenoegen, het scheppen van gelijke kansen, het ontwikkelen van talent, het bewaken van de vrijheid van expressie, het bijdragen aan de sociaal affectieve ontwikkeling en mentale gezondheid van kinderen en jongeren: ga er maar aanstaan.

Dat vraagt een heel ander soort leiderschap dan die van mannen op een apenrots. De wereld van echte culturele mastodonten, de dominante cultuurpausen van weleer is voorbij. Het lijstje van ‘meest invloedrijke personen in de kunst’ wordt inmiddels al heel wat jaren niet meer gepubliceerd en dat is maar goed ook. Wie het voor het zeggen heeft, dat doet er in een meerstemming kunstenveld steeds minder toe. Jan had er desondanks hoog op gescoord, juist vanwege zijn zachtmoedige leiderschap. Want wat werkelijk telt zijn vriendelijkheid en compassie. Daarvan was Jan Zoet het levende bewijs.