Wat gebeurt er als de cultuursector in staat is om met behulp van A.I. binnen luttele seconden de perfecte subsidieaanvraag te schrijven? De match met de gestelde criteria is honderd procent, aan alle voorwaarden wordt moeiteloos voldaan… De gegenereerde teksten zijn bovendien verbazingwekkend accuraat.
Een utopie? Welnee. We zijn immers al bijna in morgenland. Geef ChatGPT de naam van een fonds, upload je beleidsplan en het werk wordt met een druk op de knop voor je gedaan. Een beleidsplan dat overigens prima door je ‘persoonlijke assistent’ geschreven kan worden.
Kijken in de ziel
Creatieve armoede of vooruitgang? Ik vind het een veelbelovende ontwikkeling. Mogelijk wordt het nu pas echt interessant. Want als iederéén een tien haalt dringt één vraag zich op: waar ga je vervolgens op beoordelen? Misschien wel op de vraag: wie of wat zit er nu wezenlijk achter de aanvraag? Om dat te doorgronden ontstaat de noodzaak tot een dialoog tussen aanvrager en subsidiecommissie zoals die nooit en te nimmer is gevoerd, maar die onze sector aanzienlijk zou stimuleren. ‘Kijken in de ziel’, om met Coen Verbraak te spreken. Ik ben daar erg voor: een duik in de ziel van onze cultuurmakers èn die van de subsidienten.
Ik hunker namelijk naar het ‘echte’ gesprek. A.I. vind ik na enkele maanden van lichte opwinding inmiddels dodelijk saai en voorspelbaar en ook op andere vlakken begin ik me ondertussen danig te vervelen. Ik geloof niet dat ik daar de enige in ben. Beleidsnotities die niemand leest, meetbaarheid, impact, rendement, beheersbaarheid, controle, regelgeving, verantwoording, risico-vermijding, sterkte-zwakte analyses en al die andere moetjes: het is de dood in de pot van onze oorspronkelijk zo weerbarstige sector die gedijt op spontaniteit en de goddelijke inspiratie van authentieke geesten.
Mighty Heart
Wat dat betreft voelde de training conflicttransformatie die ik de afgelopen maanden volgde bij The Mighty Heart® van de onvolprezen Scilla Elworthy als een warm bad. De aangeboden modules beginnen steevast met een een-op-een gesprek met de vraag: Hoe gaat het nu ècht met je? Die benadering brengt je meteen tot de kern zonder een flauwe, plichtmatige uitwisseling van beleefdheden. Omdat de ander vervolgens zichtbaar geconcentreerd luistert, mag je meteen met de billen bloot.
Hier staat het ‘denken vanuit het hart’ centraal. Dat levert soms zelfs voor de meest nuchtere sceptici onder ons, opmerkelijke inzichten op. Beslissingen genomen vanuit het hart kunnen, zo ondervond ik, wezenlijk anders zijn dan beslissingen genomen met het hoofd, al is een combinatie van beide waarschijnlijk het meest aan te raden.
Diepgaand luisteren naar wat iemand bezig houdt is een even eenvoudige als voor de hand liggende en louterende ervaring. Dat doen we echter veel te weinig als het gaat om elkaars visies en beweegredenen. En dat is een gemiste kans want geen beleidsplan kan werkelijk recht doen aan wat een cultuurmaker of kunstenaar vanuit zijn of haar wezen beweegt.
Romantiek
Anders dan het in stand houden van een geestdodend systeem van aanvragen en beoordelen langs richtlijnen en formulieren moeten we elkaar recht in het hart kunnen kijken om een stap verder te komen in de ontwikkeling van onze sector. Te beginnen bij ons eigen hart, wel te verstaan. Wat er uiteindelijk nodig is, is een herwaardering van de Romantiek, zodat gevoel en verbeelding leidend worden.
‘Verbeelding is sterker dan kennis’, zei Albert Einstein. Subsidieaanvragen kunnen nog zo mooi en correct geschreven zijn, ze laten weinig ruimte voor fantasierijke vergezichten, sensibiliteit of intuïtie. Wie daar zijn plannen op baseert kan rekenen op onbegrip en hoon. Toch is het juist dat waar het in de kunsten voor het grootste gedeelte om draait.
In zijn recente boek Spiegel van Hemel en Aarde haalt filosoof Michel Dijkstra de Duitse dichter Novalis aan die al in de 18e eeuw van menig was dat de wereld geromantiseerd moest worden. ‘Met dit door hem beschreven romantiseringsproces probeert Novalis onze vastgeroeste visie op de dingen om ons heen open te breken’, schrijft Dijkstra op pagina 91.
Duizend dingen
We zijn te zeer doorgeslagen in onze kille, rationele benadering van de ‘duizend dingen’, begrijp ik uit het boek. Daardoor missen we de helft van ons bestaan, vermoed ik. We geloven allang niet meer dat het gewone iets mystieks in zich draagt, hebben onze heil gezocht in status en oppervlakkige materiele zaken, gaan er gevoeglijk van uit dat een magische wereld onzin is, vinden praten met de natuur waaruit we ontsproten zijn te excentriek, laten rituelen over aan een kerk waar we niet meer komen en voelen ons tegelijkertijd vervreemd, ontworteld en onvervuld.
Dat onvervulde gevoel kan naar mijn idee alleen vervliegen in contact met onze diepst gewortelde motivatie en met elkaar, met kunst en de natuur. Als A.I. ons helpt om aan alle door onszelf opgelegde verplichtingen te voldoen en daarmee ruimte schept voor zoiets waarachtigs als romantiek, dan teken ik daar hartstochtelijk voor.
Laat de systemen het voortaan vooral samen oplossen via kunstmatige intelligentie, zodat wij de tijd hebben om op hart-geest niveau met elkaar te communiceren. Wat zou dat een opluchting en verrijking zijn. Niet alleen voor de culturele sector, maar voor de samenleving als geheel. Wellicht dat de vraag dan kan luiden: Gaat het dankzij A.I. straks weer over wezenlijke zaken in de wereld?

