Afgelopen 25 mei overleed de legendarische Sonny Rollins. Zijn album Saxophone Colossus galmde in het verleden regelmatig door onze huiskamer, alleen al vanwege het doorleefde You Don’t Know What Love Is, een nummer dat je meteen vanaf de allereerste robuuste klanken beroert. Bij onze oudste zoon Eden raakte het als kind al een gevoelige snaar: zijn passie voor de jazz is er door ontsproten, zo zegt hij zelf. Sindsdien hebben de jazz en Eden elkaar op wonderlijke wijze gevonden tot en met een toevallige ontmoeting met de weduwe van Dexter Gordon, Maxine, in een Parijse boekhandel aan toe.
Vanzelfsprekend staat hij soms achter de bar van, waar anders, het BIMHUIS in Amsterdam. Daar kwam hij in gesprek met tenorsaxofonist James Brandon Lewis voor wie hij onlangs de hoes van zijn CD Omni mocht ontwerpen. Een hele eer voor een kunststudent van 21 aangezien Lewis volgens de critici geldt als ‘een van de meest briljante en relevante jazzmusici van dit moment’. Ook Sonny Rollins was onder de indruk van Lewis en vertelde hem: “When I listen to you, I listen to Buddha, I listen to Confucius … I listen to the deeper meaning of life. You are keeping the world in balance”.
Spirituele dimensie
Een groter compliment kun je als muzikant niet krijgen. De spirituele dimensie in Lewis’ werk raakte Sonny Rollins, zelf een levenslang Zoeker die zijn carrière regelmatig onderbrak om zijn techniek te perfectioneren maar ook om zich langdurig te bezinnen en tot zijn ‘hogere zelf’ te komen. “Ik heb veel domme dingen in mijn leven gedaan. Maar ik begreep niet wat ik aan het doen was toen ik dat deed. Ik heb het geluk dat ik zo oud mocht worden als ik nu ben, omdat ik nu kan terugkijken. Ik kan het goed maken door nu een beter mens te zijn”, zegt Rollins in de documentaire Morgen speel ik beter van Hans Hylkema en Olaf van Paassen uit 2014.
Gelijkmoedigheid
Ook in zijn laatste jaren bleef Rollins zich ontwikkelen en streven naar meer gelijkmoedigheid. Toen hij zijn spel door gezondheidsproblemen niet langer kon perfectioneren, richtte hij zich verder op zijn persoonlijke groei. Blijven hangen in het verleden of leven met angst voor de toekomst was volgens de jazzlegende “a waste of time”. “Wees daarom zo goed als je kunt zijn. Alle angst komt voort uit het gevoel dat je niet verbonden bent met je ware zelf”, zegt hij in It’s All Good, colossal conversations with Sonny Rollins, door Christine M. Theard (Divine Books 2018).
In het boek wordt uitgebreid ingegaan op de spirituele inzichten van Rollins, die zich bij tijd en wijlen zowel Boeddhist als Taoïst toont. Zijn langdurige retraites waarin hij afstand nam van het alledaagse zijn vermaard, net als zijn zoektocht naar een verbinding met een hogere inspiratiebron, waarbij het denken hem niet meer in de weg stond en de muziek als het ware tot hem kwam. Zijn improvisaties zijn als een metafoor voor het leven zelf: een voortdurend zoeken vol vallen en opstaan.
Leren
Yoga, meditatie en gezonde voeding maakten dat hij iedereen van zijn gouden jazzgeneratie heeft overleefd. Zijn extreme discipline en onophoudelijke nieuwsgierigheid zorgden ervoor dat hij een onwaarschijnlijk meesterschap ontwikkelde.
Wat is de essentie van het leven voor jou?, vraagt Olaf van Paassen in Morgen speel ik beter. “Leren”, antwoordt Rollins. “Leren, begrijpen, verlichting”.
Toen Eden mijn berichtje over het overlijden van Sonny Rollins kreeg was hij in tranen. Ik snap dat wel. Muziek kan je tot in je vezels raken en zeker de klanken van de saxofoongigant wiens improvisaties vaak rechtstreeks verbonden leken met het goddelijke. Bovendien was Rollins veel meer dan een meesterlijk muzikant. Hij oversteeg niet alleen de muziek: hij oversteeg uiteindelijk ook zichzelf.
