Een Kunstcampus. Als water.

In Den Bosch hebben negen culturele instellingen het ‘Convenant Internationale Kunstcampus voor Cultuur en Samenleving’ getekend met als doel om op en rond de Bossche Stadsdelta een plek te creëren waar samenwerking, talentontwikkeling en vernieuwing centraal staan.

Het mooie aan de Kunstcampus is dat deze er eigenlijk al is. Om Michelangelo te parafraseren: het kunstwerk moet alleen nog uit de steen worden bevrijd.

Dat is geloof ik al mijn hele loopbaan een van de leidende principes in mijn werk. De initiatieven die op deze manier zijn ontstaan, zijn achteraf bezien vrijwel zonder uitzondering duurzaam gebleken. Wat met duwen en trekken tot stand is gekomen zelden of nooit.

Nu ik er over nadenk zijn er wel meer van die leidende principes waar ik al doende in ben gaan geloven.

Een open model

Zo geloof ik in open systemen als voorwaarde voor echte inclusie. Vertrouwen op de kracht van leegte en ruimte is de kern van mijn persoonlijke gedachtengoed. Dat valt helaas niet altijd even goed uit te leggen. Toen we in 2006 het Amsterdam Fringe Festival begonnen zagen niet veel subsidienten dat zitten. Het VSB Fonds en de Joop van den Ende Foundation namen het voortouw maar sommige andere fondsen peinsden er niet over om zo’n open model zonder programmeur of curator te ondersteunen. Inmiddels is het Amsterdam Fringe Festival een van de meest inclusieve en meest opwindende festivals van ons land, een eer die zeker de huidige directeur Farnoosh Farnia en haar voorgangers Aukje Verhoog en Anneke Jansen toekomt.

Ook het wel-gecureerde, zelfs gejureerde, Nederlands Theater Festival had op haar eigen manier baat bij een open model. Jury-keuzes roepen immers per definitie weerstand op. Bestuurslid van het eerste uur Marc van Warmerdam suggereerde daarom het model van het Filmfestival van Cannes te omarmen: ‘tegenstanders’ waren van harte welkom om met hun eigen alternatieve programma aan te sluiten. Zo was er gedurende een aantal jaren een alternatieve prijsuitreiking die echter ophield toen de kunsten onder Rutte I zwaar onder druk kwamen te staan en de organisatoren besloten dat samen optrekken op dat moment toch verstandiger was.

Solidariteit

Dat samen optrekken is sowieso van levensbelang voor een weerbare sector. Het Nederlands Theater Festival en de Amsterdam Fringe bestonden geheel bij de gratie van samenwerking en solidariteit omdat het budget in de beginjaren bizar laag was. Voor het Gala van het Nederlands Theater was zelfs na de teloorgang van het Bureau Promotie Podiumkunsten helemaal geen geld meer. Dat kon alleen weer floreren door het enthousiasme en de onbaatzuchtige inzet van de acteursgemeenschap, de gezelschappen, de schouwburg en de medewerkers van het festival. Het heeft vervolgens jaren geduurd voor het festival wel de financiële basis kreeg die het nu heeft en de sector kon worden ‘terugbetaald’ met hoogwaardige professionalprogramma’s als NTF Pro.

Geduld

Die periode leerde mij dat je geduld in dit vak eeuwig moet zijn. Initiatieven moeten op een organische manier kunnen groeien. Het creëren van een vruchtbare humuslaag duurt eindeloos: oogsten soms wel 20 jaar of langer. Nu kijk ik met trots en vreugde naar de huidige directeuren die op een geweldige manier vervolmaken waar jaren door velen met tomeloze inzet aan is gewerkt.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Het werken met veel uiteenlopende partijen, zoals op de Kunstcampus, kan alleen een succes worden wanneer er een uitgangspunt gecreëerd wordt die voor alle betrokkenen als een win-win situatie voelt. We moeten genereus zijn en waar mogelijk over ons eigen kleine ego heenstappen. Wie het eigenbelang prevaleert boven het hogere doel gaat op den duur ontegenzeggelijk nat. Met zo’n reputatie maak je op den lange duur weinig vrienden.

Het is juist de gelijkwaardige, collectieve wijsheid die ons verder brengt. In plaats van het proces top-down te willen controleren is de zoektocht naar een gedecentraliseerd evenwicht uitdagend maar uiteindelijk veel interessanter en nuttiger voor de lange termijn. Bijna niemand weet immers hoe dat moet: de verantwoordelijkheid delen terwijl niemand de knoop doorhakt. Dat mogen we samen met vallen en opstaan uitdokteren.

Uitnodiging

De Kunstcampus is een uitnodiging om mee te creëren, denkend vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid. Het is een open co-creatiemodel: een ecosysteem dat zichzelf vormt via onderlinge relaties. We leren door te doen: ‘Het model evolueert door feedback en steeds maar weer opnieuw uitproberen’, zegt het Convenant van de Kunstcampus. Dat vergt van alle partners flexibiliteit en aanpassingsvermogen, twee kernkwaliteiten, als water, die steeds noodzakelijker worden in een snel veranderende wereld.

Waar je op hoopt is een plek waar het artistieke en het speelse de toon bepalen. Een plek waar volop ruimte is voor experiment zonder prestatiedruk. Wat je het liefste zou willen creëren is een veilige omgeving voor spontaniteit. En tegelijkertijd een veilige omgeving voor het delen verschillende artistieke inzichten en meningen.

Speelsheid

Want de ideale Kunstcampus is volgens mij veel meer dan een vrijblijvende speeltuin. Het is een experimenteerruimte en opleidingsplek ineen, waar met en van elkaar geleerd wordt. Toch is speelsheid de beste garantie voor het welslagen van een culturele Campus: speelsheid genereert een aanstekelijke energie die onweerstaanbaar is. Speelsheid vrijwaart je van cynisme, dat je kwetsbaar en afhankelijk maakt.

In mijn werk probeer ik zo veel als mogelijk speels te blijven. Ben ik dat niet dan raak ik niet alleen mezelf kwijt maar word ik inflexibel, verkrampt en geïrriteerd. Het gebrek aan speelsheid en humor is mijn persoonlijke alarmbel. Dat geldt denk ik evenzogoed voor organisaties. Waar niet meer gespeeld mag worden, klopt Somberman aan de deur.

Vertrouwen

Naarmate ik dit werk langer doe vertrouw ik steeds meer op de natuurlijke loop der dingen. Zo vindt water altijd zijn weg. ‘Be water, my friend’, zei Bruce Lee daarom.

De verdere ontwikkeling van de Kunstcampus wordt een jarenlang, prachtig en heerlijk turbulent proces. Maar zoals het kunstwerk in de steen besloten zit, zo is de orde al aanwezig in de chaos. Het ontplooit zich spontaan, vermits we niet alles willen beheersen. Zo zal ook de Kunstcampus haar weg vinden. Probeer daarom vooral geen onnodige obstakels in de rivier te werpen. Alles gaat tenslotte over het scheppen van de juiste condities. Dat is naar mijn overtuiging de kern van ons werk in de culturele sector.

Die Kunstcampus, die is er al. Zij stroomt als de Dieze.

De Kunstcampus langs rivier de Dieze in Den Bosch. Een groeimodel met internationale potentie.