Motivatie, traditie en overdracht

Aan de ontbijttafel van het hotel in Manchester, waar een in felroze poppenkleren geklede tweeling van een jaar of drie met een strik op het hoofd mijn voortdurende aandacht trok, discussieerden we over de rol van toezichthouders in de culturele sector.

We bedachten dat de vraag aan kandidaat-leden voor een Raad van Toezicht zou moeten zijn: ‘Waarom wil je dit en wat kom je ons brengen?’.

Die vraag zou je dan vanzelfsprekend ook aan jezelf moeten stellen. Je kunt de wereld nu eenmaal niet lastig vallen met moeilijke vragen als je ze niet eerst aan jezelf hebt gesteld.

Uit die discussie volgde de vraag: ‘Waarom doe jij dit werk?’. Collega Ruud uit Limburg vroeg: ‘Weet je dat zelf eigenlijk wel?’.

‘Ja’, zei ik, ‘Dat weet ik wel’.

Condities

‘Het creëren van de juiste condities is de basis van mijn werk in de culturele sector. Je moet dat streven overigens breed zien. Het gaat mij niet alleen om het scheppen van de juiste omstandigheden voor kunstenaars, maar evenzeer om de vraag hoe collega’s met plezier hun werk kunnen doen en bezoekers zich welkom voelen. Dat klinkt misschien als een nobel streven, maar uiteindelijk komt een groot deel van mijn werk daar wel op neer: ervoor zorgen dat anderen tot hun recht kunnen komen en vervolgens een stap terug doen. Dat lukt natuurlijk niet altijd. Maar grandioos falen mag.

Mij gaat het om het scheppen van ruimte. Ademruimte. Denkruimte. Ruimte om je te ontplooien. Ruimte om letterlijk uit de plooi te komen en te zijn wie je bent. Ruimte om vrij te denken. Ruimte voor verbeelding. Het openen van een venster op de wereld. Ruimte om te dromen. Lucht blijven bieden in tijden van maatschappelijke benauwenis. Daarom houd ik niet van kunst die geen uitweg biedt. Kunst zonder perspectief is als een zinloos, eindeloos gesprek zonder uitkomst’.

Zoiets had ik allemaal tegen Ruud willen zeggen. Maar ik zei het natuurlijk niet. Het gesprek ging alweer over iets anders en de roze tweeling hobbelde ondertussen vrolijk zingend de deur uit.  

Gelenek

Al mijmerend tijdens de excursie die volgde, kwam ik op nog twee gedachten.

Şahin, frontman van de Anatolische rockband MAKAS legde mij eens het Turkse woord ‘gelenek’ uit, wat niet alleen ‘traditie’ betekent, maar ook wat jij hieraan toevoegt en hoe je deze traditie overdraagt aan nieuwe generaties.

Een traditie is immers juist dat: cultuur die vanuit het verleden naar ons toe komt (gelen), waar elke nieuwe generatie weer een eigen stukje aan toevoegt (ek).

Eigenlijk zijn het wezenlijke vragen die wij onszelf in ons werk maar weinig stellen. Wie zijn mijn ‘geestelijke voorouders’? Of, vertaald naar de culturele sector: ‘Bij welke artistieke traditie voel ik me thuis, wie zijn mijn mentoren en inspiraties en op welke manier zet ik hun werk voort?’.

Overdrachtslijn

In het Boeddhisme is de overdrachtslijn essentieel. Bij de beoefening van Tsa Lung bijvoorbeeld, een vorm van Tibetaanse yoga en ademhalingsbeoefening, wordt meestal gestart met de visualisatie van alle voorgangers, helemaal teruggaand tot de oorspronkelijke bron Boeddha Sakyamuni als ultieme krachtgever.

Dat maakt nederig, gemotiveerd en hopelijk wijs, zo is de bedoeling, maar herinnert je er tegelijkertijd aan dat je niet alleen staat in je streven. Het wijst je tevens op je verantwoordelijkheid om helpend te zijn voor anderen, zowel nu als in de verre toekomst wanneer je er zelf niet meer bent.

Drie vragen

Misschien zouden we deze vragen wat vaker zonder oordeel aan elkaar of aan onszelf kunnen stellen. Waarom doe ik dit werk? Vanuit welke traditie werk ik? Wat voeg ik hier aan toe en wat draag ik over?

Werk, voor, achter of naast het podium, is namelijk niet vrijblijvend, vind ik. Of zoals een Jacques J. d’Ancona me ooit eufemistisch toevoegde: ‘Doe het niet voor de gezelligheid. Dat is net iets te weinig’.

En voor wie zich graag afficheert als radicale vernieuwer, als iemand die lak heeft aan bestaande tradities en die het liefste rigoureus omverwerpt: zelfs daarin sta je niet alleen. De geschiedenis kent een lange stoet denkers, kunstenaars en activisten die precies dat hebben geprobeerd. Dat is blijkbaar de ironie van iedere revolutie. Want ook degene die met het verleden wil breken, maakt ontegenzeggelijk deel uit van de traditie die hem daarin voorging.