Van kleurpotloden naar kogels?

In een brainstorm met het bedrijfsleven afgelopen maand viel het woord ‘creativiteit’ voortdurend. Er was geen twijfel over mogelijk: in onze economie zijn twee begrippen van essentieel belang; creativiteit en innovatie.

De Creative Council is er al jaren duidelijk over: ‘De creatieve industrie levert creatieve oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen en is een aanjager van innovatie in andere sectoren. Daarnaast groeit deze sector sneller dan de rest van de economie, en levert ze een belangrijke bijdrage aan de werkgelegenheid en de groei van het aantal nieuwe ondernemingen in Nederland’.

Redenerend vanuit de culturele sector zie ik kansen en urgentie. Dat zien ook de 50 kernleden van de Sociaal Creatieve Raad: ‘Bij ons kunt u aankloppen om samen met de beste kunstenaars en ontwerpers van Nederland te werken aan nieuwe toekomsten rond maatschappelijke vraagstukken.’

Status Quo

In het beleidsplan van de Verkadefabriek voegen we daar nog een dimensie aan toe: ‘In een wereld vol uitdagingen wordt creatief en oplossingsgericht denken steeds belangrijker. In een tijdperk van blikvernauwing is oog hebben voor andere perspectieven essentieel. De maatschappij heeft denkers en doeners nodig die buiten de lijntjes durven te kleuren, teneinde de status quo voortdurend uit te dagen opdat vrijheid van denken en expressie geborgd blijft’.

Over dat laatste maken de mensen in ons land zich niet zo heel druk. Toch is dat volgens mijn internationale collega’s niet terecht. Want wie een beetje om zich heen kijkt ziet dat we onszelf in het afgelopen decennium steeds meer zijn gaan beperken en censureren. Maar daarover een andere keer meer.

Op de bewuste brainstorm werd het allemaal optimistisch op de vellen gekrabbeld onder de Kansen: Automatiseren en Creativiteit, Data(analyse) en Creativiteit, Creativiteit en Technologie. Het kon niet op. We filosofeerden nog even over de optimale ontwikkeling van beide hersenhelften, maar hier haakten de eerste deelnemers al af.

Essentie

Afijn. Ik zag in ieder geval een prachtig en kansrijk traject voor me. Tot iemand aan het einde van de bijeenkomst opmerkte: ‘We moeten de studenten van de kunstacademie dus leren ondernemen’.

Het was ongetwijfeld goed bedoeld maar het ging volledig voorbij aan de essentie. Creativiteit is de bron waar ondernemerschap en innovatie uit voortvloeien. Het is dus eerder andersom. Maar van dat besef zijn wij als samenleving helaas bepaald niet doordrongen. Zolang we creativiteit zien als een soft skill krijgt het nooit de waarde toegekend die het zou moeten hebben.

Waar ik mij vooral zorgen over maak is dat het veelvuldige en vaak willekeurige gebruik van het begrip, ‘creativiteit’ mogelijk een modeverschijnsel is waar de energie langzaam maar gestaag uit wegebt. De terminologie doet bijna alweer sleets aan en lijkt aan erosie onderhevig.

Er klopt namelijk een ander, meer verontrustend geluid op de deur. Voorzitter Ingrid Thijssen van werkgeversvereniging VNO-NCW luidde in de Volkskrant de noodklok en zette een toon die we komende jaren ongetwijfeld veelvuldig en steeds nadrukkelijker gaan horen: ‘We moeten echt investeren in onze defensie-industrie. Geen kleurpotloden maken maar kogels, bij wijze van spreken.’ Als we niet oppassen duikelen we dus zomaar van een creatieve economie in een oorlogseconomie.

Daar kan geen soft skill tegenop, de woorden van Martin Luther King jr. ten spijt:

Almost always the dedicated creative minority has made the world better.

AI gegenereerde afbeelding